De ware motieven achter de Japanse walvisvangst

Tekst: Judith Wouters – Voorzitter Sea First Foundation België

Inleiding

Dat Japan na het onderschrijven van het moratorium de walvisvangst op grote schaal voortzet, daar is nog weinig twijfel over. Het moratorium op commerciële walvisjacht in Japan is al 15 jaar een feit, maar onder het mom van wetenschappelijk onderzoek draait de walvisindustrie gestaag door. Waarom blijft Japan ondanks alle internationale druk op walvissen jagen?

Wetgevend kader

Tijdens de piek van de walvisjachtindustrie (ergens tussen 1930 en 1965) werd een gemiddelde van 30.000 walvissen per jaar gedood voor verscheidene doeleinden. Als gevolg van deze exploitatie werden verschillende walvissoorten met uitsterven bedreigd.
De maatschappelijke aandacht voor bedreigde walvispopulaties was het grootst in de jaren ‘70 van de vorige eeuw. In die periode ontstond de slogan Save the Whales en verwierven de non-gouvernementele organisaties Greenpeace en WWF naambekendheid bij het grote publiek. Mede dankzij de publieke belangstelling en de duidelijke ontevredenheid over de jacht op de reuzen van de zee, werd in 1982 het moratorium voor de commerciële walvisvangst doorgevoerd. Dit was een beslissing van de lidstaten van de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC). Deze organisatie ontstond in 1946 als uitvoerend orgaan van de Internationale Conventie voor de Regulering van Walvisjacht (ICRW) die tot doel had de door overmatige walvisjacht bedreigde walvissenpopulaties te beschermen tegen verdere exploitatie. In de IWC kunnen lidstaten bezwaar aantekenen tegen beslissingen en zijn deze landen in dat geval niet verplicht ze na te leven. In 1982 tekenden Japan, Noorwegen, Peru en de Sovjet-Unie dergelijk bezwaar aan tegen de beslissing van het moratorium op de commerciële walvisjacht. Japan zette haar jacht zonder schroom voort. Dit betekende de grootste bedreiging voor de walvissoorten die dankzij het moratorium en het IWC net bescherming verdienden. Onder druk van de anti-walvisjachtleden van het IWC en de Verenigde Staten trok Japan in 1986 haar bezwaar in. Sindsdien mag Japan dus niet meer jagen op walvissoorten beschermd onder de Conventie voor commerciële doeleinden.

Walvisjacht in de naam der wetenschap

Zeer snel bleek dat Japan niet van plan was haar walvisjachtoperaties volledig op te geven. In hetzelfde jaar dat Japan officieel haar bezwaar tegen het moratorium introk, startte het haar ‘wetenschappelijke’ walvisjachtprogramma. Het moratorium is een verbod op commerciële walvisjacht, maar verbiedt niet wat Artikel VIII van de Conventie beschrijft als walvisjacht met wetenschappelijke doeleinden. Sinds 1987 jaagt Japan onophoudelijk op walvissen met Artikel VIII van de Conventie als legale verdediging.

Japan, of meer specifiek het Japanse Instituut voor Onderzoek naar Walvisachtigen (Institute for Cetacean Research – ICR), weet nagenoeg geen wetenschappelijk relevante resultaten te publiceren. Toch heeft ze in de naam der wetenschap al meer dan 10.000 walvissen gedood sinds het moratorium. Volgens anti-walvisjacht-NGO’s zoals Greenpeace, Sea Shepherd en het Internationale Fonds voor Dierenwelzijn (IFAW) zijn Japanse activiteiten louter commerciële walvisjacht in vermomming. De meerderheid zijn dwergvinvissen, maar ook meer bedreigde soorten zoals gewone vinvissen, Noordse vinvissen, Bryde-walvissen en potvissen worden bejaagd. De natie van de rijzende zon krijgt op deze praktijken veel kritiek te verduren. Waarom blijft Japan koppig verder jagen na talloze verzoeken van de IWC, nationale overheden en NGO’s om een stop te zetten achter de walvisjacht?

Werkelijke drijfveren voor de Japanse walvisjacht

Het jagen op walvissen is een complexe en brede materie. Het is in de eerste plaats een verhaal over economie, maar er komen ook ecologische, politieke, sociale, antropologische en ethische aspecten bij kijken. Welke factor zou voor Japan doorslaggevend zijn en aan de basis liggen van haar beruchte walvisjachtbeleid?

Economisch?

Mocht de walvisjachtindustrie nog winst maken zou dit, althans voor de Japanse overheid, een rationele reden zijn om haar praktijken verder te zetten. Uit cijfers van het ICR blijkt echter dat de Japanse walvisjacht momenteel grote verliezen maakt. De nationale markt voor walvisvlees is geslonken en de kosten zijn vergroot. Deze verliezen zullen bovendien nog toenemen: de vloot die voor de walvisjacht wordt gebruikt is verouderd en voldoet niet meer aan de wetgeving en de basisschepen zullen vervangen moeten worden. Bovendien heeft de Japanse overheid haar budget verdriedubbeld om zogenaamd ‘eco-terroristische’ activiteiten van organisaties zoals Sea Shepherd die harde acties voeren tegen de walvisjacht aan banden te leggen.

Cultureel?

En dan zijn er de door Japan veelgebruikte culturele argumenten. Japan vindt de hele discussie rond de walvisvangst een kwestie van culturele meningsverschillen en probeert de kritiek van westerse landen af te doen als cultureel imperialisme. Japan tracht haar walvisvaartindustrie te rechtvaardigen met het argument dat de consumptie van walvisvlees en het jagen op walvissen zelf intrinsieke elementen zijn van de Japanse cultuur. Dit kunnen we echter weerleggen door de vaststelling dat walvisvlees pas populair werd als goedkoop levensmiddel na de Tweede Wereldoorlog. Toen de welvaart terugkeerde, daalde de walvisconsumptie tot nagenoeg een nulpunt. De grote overstocks ingevroren walvisvlees zijn daar getuige van. De overheid trekt veel geld uit voor campagnes om walvisvlees te promoten, maar de kookprogramma’s, receptenboekjes, walvisburgers en het walvisijs kunnen de bevolking niet verleiden. De walvisjacht als traditie blijft beperkt tot een aantal vissersdorpen. Daarentegen zijn er in Japan ook gemeenschappen waar dolfijnen en bruinvissen als indicatoren van vis aanbeden werden. Men ging af op deze dieren om te weten waar men grote vangsten zou hebben, wat ertoe leidde dat ze als goden van welvaart werden beschouwd in schrijnen en tempels. Eerder dan dat cultuur een argument zou zijn om de Japanse walvisjacht voort te zetten, blijkt uit onderzoek dat cultuur door de Japanse overheid naar voren wordt geschoven om nationalistische gevoelens bij de bevolking te creëren en zo steun te krijgen voor haar walvisjachtbeleid. Veel Japanners zijn geen voorstander van de walvisjacht, maar zijn als gevolg van nationalistische boodschappen in de pers wel tegenstander van de activiteiten van Sea Shepherd in Antarctica of Taiji.

Voedselzekerheid?

Economie en cultuur kunnen we dus uitsluiten als basis voor het Japanse walvisjachtbeleid. In de context van de walvisjacht is het belangrijk het onderwerp voedselzekerheid te bestuderen. Japan is als eiland met weinig natuurlijke hulpbronnen immers zeer afhankelijk van de zee en al wat die te bieden heeft. Japan vreest dat het IWC-moratorium wel eens een precedent zou kunnen zijn en andere maatregelen tegen de huidige overbevissing kan uitlokken, zoals een verbod op het bejagen van bepaalde soorten tonijn waarvan Japanners de belangrijkste consumenten zijn. Japan ziet het moratorium als een inbreuk op het recht om gebruik te maken van de hulpbronnen van de gemeenschappelijke wateren.

Politiek?

Het politieke belang van de walvisjacht ligt bij enkele zeer invloedrijke overheidsinstanties die beschouwd kunnen worden als pseudobedrijven. Het Japanse Agentschap voor Visserij heeft volledige beslissingkracht over de toekomst van de walvisvangst en heeft verschillende beweegredenen om achter het tot nu toe gevoerde beleid te blijven staan. Allereerst is Japan ervan overtuigd dat ze een wetenschappelijk en legale basis heeft voor het jagen op walvissen, hoewel vele wetenschappers en juristen uit binnen- en buitenland het tegendeel beweren. Voorts vreest het Agentschap dat een stopzetting van de jacht een daling van het budget, het aantal posten en de politieke macht met zich zal meebrengen. Tenslotte hoopt de instelling dat het voortzetten van de walvisindustrie haar politieke macht verder kan versterken en dat het de industrie gezond houdt om sterk te staan voor het geval het moratorium zou worden opgeheven. Het ministerie van Agricultuur, Bos- en Visbeheer zelf is verdeeld over de zaak, maar heeft niet genoeg autoriteit in beleidsvorming om het Agentschap te beïnvloeden. Deze machtsverdeling leidt tot een patstelling in de discussie.

We kunnen concluderen dat het Japanse walvisjachtbeleid zijn wortels vindt in een bezorgdheid rond de Japanse autonomie en de politieke belangen van het Japanse Agentschap voor Visserij. In de hoop dat Japan zal afzien van haar jacht op ’s werelds grootste zoogdieren, is het noodzakelijk om bij verdere onderhandelingen in te spelen op deze twee elementen.

Dit artikel is gepubliceerd in 2011 in het magazine VISinZICHT. Bekijk hier het volledige magazine.


De website van de Vissenbescherming maakt gebruik van cookies. meer informatie

Voor een optimale werking van de website maken we gebruik van cookies. Als u beneden verder gaat op de website zonder uw cookie settings aan te passen, of u klikt op "Accepteer", dan betekent dit dat u het gebruik van cookies accepteert.

Sluiten