
Een recente studie uitgevoerd door de London School of Economics en welzijnsorganisatie Fishcount heeft de pijn en het lijden van vissen tijdens slacht in kaart gebracht met een innovatieve methodiek: het Welfare Footprint Institute. De onderzoekers richtten zich specifiek op één van de meest gekweekte vissoorten ter wereld: de regenboogforel (Oncorhynchus mykiss).
Volgens de analyse ervaren regenboogforellen bij gangbare slachtmethoden langdurig ernstig lijden, zoals verstikking in lucht of ijswater en levend opensnijden. Dit lijden wordt vaak genegeerd, ondanks groeiend wetenschappelijk bewijs dat vissen pijn kunnen ervaren.
De studie is een wereldprimeur: het kwantificeert voor het eerst het lijden van vissen op basis van duur, intensiteit en frequentie aan de hand van elf verschillende verdovings- en dodingstechnieken. Het doel van dit onderzoek is om beleidsmakers en bedrijven te inzicht geven in welke verbeteringen de grootste winst opleveren voor het dierenwelzijn, per geïnvesteerde euro.
De 11 onderzochte verdoving- en dodingsmethoden:
- Elektrische verdoving (in water)
- Elektrische verdoving (droog contact)
- Percussieve verdoving
- Koolstofdioxide (CO₂) bedwelming
- Koolmonoxide (CO) bedwelming
- Koeling in ijswater
- Koeling in water zonder zuurstof
- Verdoving via druk (hyperbare methodes)
- Handmatige mechanische verdoving
- Directe keelsnede zonder verdoving
- Natuurlijke verdoving via temperatuurverlaging
Uit de resultaten blijkt dat elektrische en percussieve verdoving het meest effectief zijn, terwijl methoden zoals verstikking of koeling in ijswater het meeste lijden veroorzaken — en toch het meest worden toegepast.
“Dat vissen pijn voelen staat inmiddels buiten kijf. Toch behandelen we ze nog altijd alsof ze gevoelloze wezens zijn. Deze studie laat zien dat er bewezen welzijnsverbeteringen mogelijk zijn – met relatief lage kosten. Tijd voor politieke actie,” zegt Laura Venema, woordvoerder namens de Vissenbescherming.
Regenboogforel wordt ook in Nederland gekweekt
Ook in Nederland wordt regenboogforel gekweekt, vooral in kleinschalige zoetwaterinstallaties zoals recirculatiesystemen. Een deel van deze vis is bestemd voor consumptie, een ander deel wordt uitgezet voor sportvisserij.
Juist deze beperkte schaalgrootte maakt het mogelijk om welzijnsvriendelijke slachtmethoden snel in te voeren. Dat biedt Nederland de kans om koploper te worden op vissenwelzijn.
Dierenbeschermers roepen op tot politieke actie
De Vissenbescherming in samenwerking met de Dierencoalitie roept de Nederlandse en Europese politiek op om deze inzichten te vertalen naar beleid. Nederland kent een groeiende aquacultuursector en exporteert regenboogforel. Dat biedt verantwoordelijkheid én kansen om diergerichte innovaties sneller in te voeren en zichtbaar te maken.
Concrete aanbevelingen:
- Wettelijke bescherming van vissen, waaronder regenboogforel bij vangst en slacht, conform de laatste wetenschappelijke inzichten.
- Stimulering van visvriendelijke slachttechnieken, o.a. via subsidies en innovatieprogramma’s.
- Opname van vissen in de reikwijdte van EU-wetgeving, zoals Verordening (EG) 1099/2009.
- Duidelijke richtlijnen voor handhaving, inclusief NVWA-rol bij aquacultuur.
- Bewustwording bij consumenten, o.a. via labelling van slachtmethoden.
Het is tijd dat vissen, net als andere dieren, worden beschermd tegen onnodig lijden. Nederland kan hierin het verschil maken.