Levend koken: Antwoord staatssecretaris en brief Vissenbescherming

We hebben op 24 april 2016 de volgende brief aan de Vaste Commissie voor EZ gestuurd.

Geachte commissieleden,

De staatssecretaris van EZ heeft ons op 7 april j.l. via een van zijn directeuren telefonisch laten weten geen schriftelijk antwoord op onze brief van 25 februari j.l. te geven omdat die brief geen nieuwe elementen zou bevatten ten opzichte van onze brief van 30 december 2015 die hij al op 28 januari j.l. beantwoord had. We moesten het gesprek met de directeur beschouwen als het antwoord.

In het gesprek heb ik verklaard het er niet mee eens te zijn dat onze brief van 25 februari j.l. geen nieuwe punten zou bevatten die een schriftelijk antwoord rechtvaardigen. In onze discussie over het levend koken van kreeften en krabben heeft de staatssecretaris van EZ in zijn antwoord aan de Vissenbescherming van 28 januari j.l. het standpunt ingenomen dat de onderzoekers het onderling niet eens zijn over de vraag of deze ongewervelde dieren in staat zijn pijn te ervaren Dat is voor hem het belangrijkste argument om het door de Kamer gevraagde nader onderzoek naar de mogelijkheid om deze dieren binnen één seconde te verdoven en vervolgens te doden, niet uit te voeren.

Wij vinden dit een onhoudbaar argument. Onderzoekers verschillen uiteraard vaak van mening over een bepaald onderwerp. De klimaatdiscussie is op dit moment hiervan wel het bekendste voorbeeld. Het zou een slechte zaak zijn als de politiek bij dergelijke meningsverschillen zich volstrekt afzijdig gaat opstellen en gaat afwachten totdat alle onderzoekers het onderling eens zijn. Dat gebeurt natuurlijk nooit, o.a. vanwege de grote belangen die hierbij op de achtergrond in het spel zijn.

In onze brief van 25 februari j.l. heb ik melding gemaakt van het rapport van de EFSA uit 2005, de Opinion of the Scientific Panel on Animal Health and Welfare on a request from the Commission related to “Aspects of the biology and welfare of animals used for experimental and other scientific purposes”  waarin door een groep vooraanstaande wetenschappers wordt gesteld dat kreeften en krabben over een groot leervermogen beschikken en in staat zijn om pijn te ervaren. In het rapport wordt met name de methode van het levend koken van deze dieren afgeraden omdat het waarschijnlijk pijn en angst bij de dieren veroorzaakt. Sindsdien is er in de afgelopen tien jaar een groeiend aantal wetenschappelijke artikelen verschenen die stuk voor stuk op basis van experimenteel onderzoek naar het gedrag van kreeften en krabben nieuwe indicaties hebben aangeleverd voor het vermogen van deze dieren om pijn te ervaren. Dat onderzoekers hier doorgaans spre

ken van indicaties en niet van bewijs, hangt samen met het feit dat dieren niet in mensentaal kunnen bevestigen dat ze pijn ervaren. Die algemene terughoudendheid tonen onderzoekers niet alleen bij kreeften en krabben, maar ook bij gewervelde dieren zoals honden en paarden.

In de brief van de staatssecretaris d.d. 28 januari j.l  en ook in eerdere reacties van het Ministerie van EZ inzake deze kwestie wordt helemaal geen melding gemaakt van dit EFSA-rapport. Ook in het IMARES-rapport Welzijn en bedwelmen van kreeften en krabben: een literatuurstudie (2015), waarop de staatssecretaris zich baseert, wordt dit EFSA-rapport helaas niet genoemd. Dit laatste geldt ook voor een reeks van recent verschenen artikelen die steeds tot de conclusie leiden dat kreeften en krabben gedrag vertonen dat geheel strookt met het vermogen om pijn, angst en stress te ervaren.
Uiteraard zijn er ook de tegengeluiden van enkele onderzoekers, waarvan D.J.Rose de meest prominente is,  die stelt dat kreeften en krabben, maar ook vissen geen pijn kunnen ervaren. Alle gedragingen van deze dieren die kunnen worden beschouwd als uiting van pijn, angst en stress, worden door hem geïnterpreteerd als zuiver reflexief gedrag dat niet gepaard gaat met pijn en emoties. Rose hanteert een extreem behavioristische benadering van dieren waarvan het gedrag wordt gelijkgesteld met dat van mensen met een hersenbeschadiging waardoor zij geen gevoel meer hebben, maar wel reflexmatig op prikkels reageren. Deze zeer ouderwetse, behavioristische interpretatie van diergedrag zien we niet alleen bij het onderzoek bij kreeften, krabben en vissen. De primatoloog Frans de Waal verklaart in het interview Ben ik slimmer dan een octopus omdat ik kan praten? in de NRC van 23/24 april j.l. dat deze behavioristische benadering in het oude primatenonderzoek het gedrag van apen ‘simpelweg als een respons op een stimulus’ beschouwde. ‘Wat er in het dier omging was onbelangrijk’.

De staatssecretaris heeft in zijn brief nog andere argumenten genoemd waarom hij geen onderzoek naar de verbetering van de dodingsmethoden van kreeften en krabben wil verrichten., o.a. het betrekkelijk geringe aantal dieren (enkele miljoenen per jaar), de diversiteit van de te doden dieren en de beperkte financiële middelen voor een dergelijk onderzoek. Het lijken ons allemaal oplosbare problemen, als maar eerst wordt erkend dat de huidige behandeling van kreeften en krabben een enorm dierenwelzijnsprobleem is, dat niet pas kan worden aangepakt wanneer alle onderzoekers het onderling met elkaar eens zijn.

Met vriendelijke groet,
Stichting Vissenbescherming

Ton Dekker (voorzitter)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De website van de Vissenbescherming maakt gebruik van cookies. meer informatie

Voor een optimale werking van de website maken we gebruik van cookies. Als u beneden verder gaat op de website zonder uw cookie settings aan te passen, of u klikt op "Accepteer", dan betekent dit dat u het gebruik van cookies accepteert.

Sluiten