Om een vissenkom valt niets te lachen
publicatie op 16-3-2008
Kamerlid Henk Jan Ormel (CDA) klaagde dat de media te veel aandacht hadden voor onderwerpen als de ’vissenkom-motie’ van de Partij voor de Dieren, en het debat over dierenwelzijn devalueren tot volksvermaak. Impliciet geeft hij hiermee aan dat hij een motie over vissenkommen lachwekkend zou zijn. Was het maar zo.
Recent onderzoek heeft aangetoond dat vissen niet alleen pijnreceptoren bezitten maar ook hersenstructuren voor emoties, leren en herinnering. Deskundigen zijn al jaren unaniem negatief over de vissenkom. Om er slechts enkele te noemen: dr. Vink schreef in 1966 al dat een vissenkom, keurig schoongemaakt met telkens ververst water, toch ’je reinste dierenmishandeling’ is. Deskundige M. Sweeney schreef toen al, optimistisch, dat ’gelukkig de tijd voorbij is dat mensen goudvissen hielden in kleine glazen vissenkommen’. De Grote Aquariumgids (2000, Könemann) waarschuwt: „Goudviskommen zouden verboden moeten worden”.
Deze eensgezindheid is niet verrassend. Goudvissen sterven in kommen meestal al na enkele maanden, terwijl ze normaal 40 jaar kunnen worden. Als de kom in de zon staat, kunnen vissen blind worden. Een kom is een tredmolen. Een goudvis heeft 250 liter water nodig. De vissen kunnen slecht tegen temperatuurwisselingen. Een kom vervuilt door zijn kleine inhoud snel. Goudvissen leven bij voorkeur in groepjes van een tiental dieren. Kommen zijn saai. En ga zo maar door.
Viskommen zijn al verboden in Duitsland, Oostenrijk en delen van Italië. Toch blijven dierenwinkels, om commerciële redenen, viskommen aanprijzen.
Bron: Jeroen van Rooijen, gedragsbioloog