Gespreksnotitie Stichting Vissenbescherming

[publicatie: 5-12-2007]

Voor rondetafelgesprek over de Nota Dierenwelzijn en de Nationale Agenda Diergezondheid op 6 december 2007 met de Tweede-Kamercommissie
Het is goed dat er een apart hoofdstuk Vis is in de nieuwe Nota Dierenwelzijn. Tot voor kort was dat niet vanzelfsprekend en we vinden het als Vissenbescherming een belangrijke verbetering dat vissenwelzijn serieus wordt genomen.
Opmerkelijk is dat verreweg de meeste aandacht in dit hoofdstuk uitgaat naar de viskweek. In die sector zijn zeker positieve ontwikkelingen te melden voor wat betreft dierenwelzijn. Wij zijn heel blij dat er eindelijk een concept-methode is voor het bedwelmen en doden van tilapia, meerval, tarbot en zeebaars, die waarschijnlijk ook bruikbaar is voor paling. Maar wordt er nu echt alles op alles gezet om deze methode zo snel mogelijk gebruiksklaar te maken? En wordt vervolgens geregeld dat daarna deze methode in de hele viskweek wordt toegepast? Vissen als paling en meerval hebben al veel te veel jaren geleden onder ondeugdelijke dodingsmethoden.
Belangrijk is dat er nu onderzoek verricht wordt naar het natuurlijk gedrag van paling en meerval en of dat tot zijn recht kan komen in de viskweek. Dat onderzoek had natuurlijk moeten gebeuren voordat begonnen werd met deze vissen te kweken. Maar goed het is in ieder geval iets en het gaat er om dat met de resultaten van dit onderzoek echt wat gedaan wordt, ook al betekent dat nieuwe investeringen voor de viskwekers. De viskwekers zeggen graag duurzaam te willen produceren, maar zonder aandacht voor dierenwelzijn kan er van duurzame productie geen sprake zijn. En het welzijn van vissen wordt stevig aangetast als ze geen mogelijkheid krijgen hun natuurlijk gedrag te ontplooien.
We vragen ook aandacht voor het probleem van het visvoer. Voor vleesetende vissen moet weer vis worden gevangen, wel 5 kilo wildgevangen vis voor 1 kilo kweekvis. Is dat geen reden om de viskweek zich te laten concentreren op plantenetende vissen zoals de Tilapia? Want om vleesetende vissen plantaardig te laten eten is ook een aantasting van hun welzijn.
In vergelijking met de viskweek is het triest hoe weinig aandacht er in de dierenwelzijnsnota aan de zeevisserij wordt besteed (en dat geldt helemaal voor het onderdeel ambities 2007-2011), terwijl in die sector veel meer vissen worden gedood dan in de viskweek. De vangst- en dodingsmethoden in de zee- en kustvisserij zijn volgens ons het grootste dierenwelzijnsprobleem waarmee wij in Nederland geconfronteerd worden. In 1996 is dat probleem voor wat betreft de dodingsmethoden duidelijk vastgesteld in de nota ‘Doden van vissen’ van het toenmalige RIVO. Maar in de zee- en kustvisserij is er sindsdien met dit probleem bitter weinig gedaan. Het onderzoek naar goede bedwelmings- of dodingsmethoden op de schepen staat nog in de kinderschoenen. Er moet nu echt geld beschikbaar komen om goed met onderzoek hiernaar te kunnen starten.
Er is eigenlijk vrijwel nog niets bekend over wat de welzijnseffecten zijn voor vissen van het samengeperst geworden en daarna meegesleept en opgehaald worden in grote netten. Ook hier moet direct middelen vrij komen om met onderzoek hiernaar te kunnen starten. Wij beseffen dat het nog heel wat jaren kan duren voor vangst- en dodingsmethoden ontwikkeld zullen zijn die op alle Nederlandse visserijschepen gebruikt kunnen worden. Maar met al het dierenleed dat deze schepen nog zullen veroorzaken de komende jaren, mogen we niet langer wachten met het beginnen van dit belangrijke onderzoek, om dit lijden van vissen in ieder geval zo beperkt mogelijk te houden.
De Nederlandse zee- en kustvisserij wil net als de viskweek graag duurzaam heten. Het is natuurlijk goed dat deze sector begonnen is met het minder vissen op soorten die in aantal sterk achteruitgaan, het verminderen van bijvangsten en met het minder verstoren van het ecosysteem van de zee. Wij vinden dat de sector op deze terreinen nog veel meer zal moeten doen, maar om duurzaam te mogen heten zal zij ook rekening moeten gaan houden met vissenwelzijn en dus andere vangst- en dodingsmethoden moeten ontwikkelen. We vinden het als Vissenbescherming belangrijk dat consumenten die vis willen eten de mogelijkheid krijgen om te kiezen voor verantwoorde of duurzame vis. Maar er kan alleen sprake zijn van verantwoorde of duurzame vis, als deze vis niet of nauwelijks geleden heeft bij het vangen en doden en daarvoor moeten nog methoden ontwikkeld worden.
Visserijbeleid wordt voor een groot gedeelte vastgesteld in Europees verband en het is belangrijk dat de minister in dat verband ook vissenwelzijn en betere vangst- en dodingsmethoden aan de orde stelt. Maar niets houdt Nederland tegen om op dit terrein al zelf de eerste stappen te zetten en het nu al rekening houden met dierenwelzijn kan onze vissers later een belangrijk concurrentievoordeel opleveren.
Voor wat betreft de sportvisserij tenslotte vinden wij dat er te weinig aandacht is voor de ethische afweging tussen het belang van het plezier van de hengelaar en de angst, stress en pijn die het hengelen een vis bezorgt die gevangen wordt. Dit geldt nog veel sterker voor viswedstrijden, daar is geen sprake meer van aandacht voor de natuur, dan gaat het alleen nog maar voor de kick en viswedstrijden zouden wat ons betreft dan ook verboden moeten worden. Het verbod van het gebruik van zeer dieronvriendelijke hengelmethodes als weerhaken en leefnetten helemaal uitgebannen worden.