Nieuwe vorm van visserij op de Noordzee: ernstige bedreiging voor inktvissen en zeevogels

[publicatie: 8-11-2007]

Door middel van een flinke EU-subsidie wordt een oud Frans visserschip omgebouwd tot een kotter die op “milieuvriendelijke” wijze inktvis in de Noordzee gaat vangen. Tot op heden werden inktvissen alleen als bijvangst gezien. Hierbij ging het vooral om kleinere pijlinktvissen en soms de grotere sepia’s of zeekatten. Bij de nieuwe visserij concentreren vissers zich op de verschillende soorten pijlinktvissen die soms in grote scholen in de Noordzee voorkomen. Deze uitbreiding van de visserij op de toch al zwaar overbeviste Noordzee kan onmogelijk milieuvriendelijk genoemd worden.

Ook de vangstmethode is zeer discutabel. Sterke lampen zullen de inktvissen ’s nachts naar de met haken bezette lange lijnen lokken. Weekdieren zoals inktvissen beschikken niet over een wervelkolom zoals de gewervelde dieren en zij hebben ook anders gestructureerde hersenen dan deze. Ondanks deze verschillen blijkt uit resultaten van het tot nu toe verrichte onderzoek naar pijnervaring bij dit soort dieren dat ook ongewervelden over een pijnsysteem beschikken. Aan de scherpe haken van de vangstlijnen sterven zij dus een pijnlijke dood.

De lange lijnen met gevangen inktvis worden aan de oppervlakte binnengehaald en ongetwijfeld zullen meeuwen, Jan van Genten en Stormvogels daar op duiken en ook aan de haken worden geslagen. Het wegvangen van grote aantallen inktvissen zal bovendien een nog niet te voorziene impact op het hele ecosysteem hebben. Het effect op het voedsel van de inktvissen zoals kreeftachtigen en kleine vissen en op de predatoren zoals grotere vissen en vogels is nog onduidelijk.

Aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn kritische vragen gesteld over de vangst van inktvis en de methoden die hierbij worden gebruikt. Hieronder worden de gestelde vragen en de daarbij behorende antwoorden weergegeven:

Kamervragen aan de minister van LNV over methoden voor het vangen van inktvis en de antwoorden hierop:

1
Kent u de tv-uitzending over de visserij op inktvis?
Ja.

2
Klopt het dat met EU-subsidie een oud Frans visserschip is omgebouwd tot de Stellendam 9 voor de ”milieuvriendelijke vangst van inktvis op de Noordzee”?
Ja.

3
Deelt u de mening dat een uitbreiding van de vangst op de overbeviste Noordzee moeilijk als milieuvriendelijk geduid kan worden? Zo neen, waarom niet?
Er is geen reden om aan te nemen dat de vangst op inktvis als milieuonvriendelijk aangeduid kan worden. Pijlinktvissen hebben een korte levenscyclus: ze groeien snel,
worden binnen een jaar geslachtsrijp en bereiken een maximumleeftijd van 1,5 tot 2 jaar en een lengte van 30-50 cm. Pijlinktvis wordt momenteel vooral bijgevangen in de
demersale visserij met bodemtrawls.

4
Klopt het dat het de bedoeling is de inktvissen met sterke lampen naar met haken bezette lijnen te lokken en dat deze dieren aan die haken een zeer pijnlijke dood te
wachten staat? Zo ja, bent u bereid een dergelijke inzet te verhinderen?
Bij deze zogeheten squidjig-visserij wordt gebruiktgemaakt van lampen om de vis te lokken en wordt gevist met naaldjes van 1 mm dik, waar de inktvis vanaf valt als deze
boven het dek komt. Er is derhalve geen sprake van een visserij waarbij de vis aan een haak blijft hangen

5
Gaat u vervolg geven aan de toezegging door toenmalig staatssecretaris van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2002, namelijk een door u op te zetten voorlichtingscampagne voor zeevissers, over pijn en stress bij vissen? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
In de Nota Dierenwelzijn die ik onlangs heb uitgebracht heb ik aangegeven dat ik me de komende periode wat betreft welzijnsaspecten in de zeevisserij vooral ga richten op het
terugdringen van de bijvangsten en het gebruik van selectievere vangstmethoden. Door selectiever te vissen en ongewenste bijvangsten te verminderen wordt een bijdrage
geleverd aan een duurzaam bestandsbeheer en welzijn van vissen in algemene zin. Daarnaast komt dit ook het aquatisch milieu zeer ten goede. De vissers zullen een grote inspanning moeten leveren om de doelstellingen te realiseren
en zijn zich daar terdege van bewust. De visserij op de inktvissen waar u op doelt is in die zin een visserijvorm die nauwelijks bijvangsten kent en dus zeer selectief is.

6
Acht u de kans aanwezig dat wanneer de lijnen boven water gehaald worden, meeuwen, Jan van Genten en stormvogels op de lijnen zullen duiken en aan de haken geslagen zullen worden? Zo ja, bent u bereid daartegen actie te ondernemen? Zo neen, waaraan ontleent u die verwachting?
Uit onderzoek is bekend dat zeevogels afgeschrikt worden door uitstaande lijnen en deze te allen tijde zullen mijden. Daarnaast is de snelheid waarmee de lijn van boord gaat en
weer terugkomt dermate hoog, dat zeevogels niet op de lijnen zullen duiken. De squidjigvisserij komt in Japan, Korea en Argentinië al decennia lang voor en kent daar geen
problemen met zeevogels.

7
Bent u bereid de EU-subsidie aan dit soort voor Nederland nieuwe vormen van visserij ter discussie te stellen en onderzoek te doen naar de dierenwelzijnproblemen bij deze
visserijvorm? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
Met de inzet van de middelen uit het EVF beoog ik de sector te ondersteunen in de zoektocht naar, nieuwe meer selectieve vormen van visserij, daarbij uiteraard de eis
stellend dat deze tot een verdere verduurzaming van de visserij leiden.

8
Is het waar dat kleinere pijlinktvissen en de grotere sepia’s tot dusver alleen als bijvangst naar de afslag werden gebracht? Kunt u aangeven welke maatregelen u
getroffen heeft om deze bijvangsten te verminderen?
In aanvulling op vraag 3 is er geen noodzaak om voor pijlinktvissen vangstbeperkende maatregelen te nemen.

9
Kunt u aangeven welke verwachtingen er zijn voor de populatieontwikkeling van de inktvis in de Noordzee? Bent u bereid nader onderzoek in te stellen naar de populatieontwikkeling van inktvissen in de Noordzee? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
Vanwege de aard en omvang van het bestand en van de visserij vindt geen onderzoek plaats naar de ontwikkeling van de populatie.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,
G. Verburg
==========