Bewustzijn en Pijn

Wetenschappelijk onderzoek heeft in de afgelopen decennia veel kennis en inzicht opgeleverd omtrent de mentale vermogens van vissen en hun vermogen om pijn en stress te ervaren. Zo zijn er tal van studies verschenen over het leervermogen en het geheugen van vissen. Die blijken in veel sterkere mate aanwezig te zijn dan men voorheen heeft aangenomen. Dat vissen slechts beschikken over een geheugen van twee seconden is een fabeltje. Hun lange termijn geheugen is goed ontwikkeld. Vissen hebben dat geheugen nodig om zich te kunnen oriënteren in hun leefomgeving, die een ingewikkelde structuur bezit door de vaak verspreide ligging van paai-, fourageer- en rustgebieden en van allerlei plekken waar zich predatoren bevinden.
Vissen beschikken verder over een goed ontwikkeld waarnemings- en leervermogen. Veel vissen leren zowel door eigen ervaring als door waarneming van gedrag van soortgenoten hoe ze predatoren kunnen herkennen, ontdekken en ontwijken. Uit het gedrag van soortgenoten kunnen zij niet alleen de ernst van gevaren afleiden, maar ook de vondst van prooidieren en fourageergebieden. Ze kunnen binnen een school de individuele vissen herkennen alsook het sociale prestige van hun soortgenoten beoordelen. Op grond van de huidige stand van de wetenschap concluderen wetenschappers dat het leervermogen van vissen opmerkelijk overeenkomt met dat van gewervelden op het land.
(Literatuur: Keven N. Laland, Culum Brown en Jens Krause, Learning in Fishes: from three-second memory to culture. FISH and FISHERIES 2003 nr. 4, p. 199-202; Culum Brown & N. Laland, Social learning in fishes: a review. FISH and FISHERIES 2003 nr. 4, p. 280-288).

Cambridge Declaration on Consciousness

Ook vanuit het hersenonderzoek bij mensen en dieren wordt gesteld dat niet alleen mensen beschikken over bewustzijn, gevoel en pijnbeleving. Deze verschijnselen komen ook bij dieren voor, waaronder ook dieren die geen zoogdieren zijn zoals vogels en ongewervelde dieren. Een selecte groep hersenwetenschappers uit diverse disciplines (neurowetenschap, neurofysiologie, neurofarmacologie, neuroanatomie en computationele neurowetenschap) verklaarde dit op 7 juli 2012 tijdens de Francis Crick Memorial Conference in Cambridge in de Cambridge Declaration on Consciousness. Francis Crick was één van de ontdekkers van de DNA-structuur.

De hersenwetenschappers baseren hun verklaring op de resultaten van het jarenlange hersenonderzoek die in de richting wijzen van overeenkomstige neurologische structuren in bewustzijnsprocessen bij mensen en dieren. Zo genereren kunstmatige prikkelingen van dezelfde hersengebieden overeenkomstige gedragingen en gevoelens bij mensen en dieren. De overeenkomsten tussen mensen en dieren worden hierdoor dus niet uitsluitend gebaseerd op hun overeenkomstige gedragingen, maar op de overeenkomstige bouw en werking van de zenuwcellen bij mensen en dieren.
De conclusie van de Cambridge Declaration on Consciousness luidt als volgt:
We declare the following: “The absence of a neocortex does not appear to preclude an organism from experiencing affective states. Convergent evidence indicates that non-human animals have the neuroanatomical, neurochemical, and neurophysiological substrates of conscious states along with the capacity to exhibit intentional behaviors. Consequently, the weight of evidence indicates that humans are not unique in possessing the neurological substrates that generate consciousness. Non-human animals, including all mammals and birds, and many other creatures, including octopuses, also possess these neurological substrates.”
De CambridgeDeclarationOnConsciousness kan een belangrijke stimulans zijn om meer rekening te gaan houden met het welzijn van dieren en om het gebruik van dieren zoveel mogelijk te gaan beperken.


Pijnervaring

Van vissen wordt vaak gezegd dat zij geen pijn kunnen ervaren omdat het koudbloedige dieren zijn. Koudbloedig wil echter alleen zeggen dat het dier zijn temperatuur aan de omgeving kan aanpassen. Dat heeft helemaal niets te maken met het vermogen om pijn te ervaren.
In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht naar de pijnervaring van vissen. Dat heeft de wetenschappelijke kennis over het zenuwstelsel, over de wijze waarop vissen reageren op negatieve prikkels  en over hun pijnbeleving aanzienlijk vergroot. Binnen de wetenschap is men er algemeen van overtuigd dat vissen als hoog ontwikkelde gewervelde dieren pijn en stress kunnen ervaren. Het is in het algemeen ook niet goed voorstelbaar dat dieren beschadigende, levensbedreigende prikkels niet als onaangenaam zouden ervaren. Zij zouden anders niet gemotiveerd worden om die negatieve prikkels te vermijden met alle fatale gevolgen vandien. Maar ook kan uit de reacties van de vissen op negatieve prikkels worden afgeleid dat zij die als zeer onaangenaam, pijnlijk kunnen ervaren. Tenslotte laat de structuur van hun zenuwstelsel zien dat dat er op gebouwd is om negatieve prikkels ook als negatief te ervaren. Dat wordt door tal van studies bevestigd.

In 1988 lieten F.J. Verheijen en R.J.A. Buwalda in hun studie ’Doen pijn en angst een gehaakte en gedrilde karper lijden?’ zien welke reacties een karper vertoont wanneer hij aan de haak geslagen wordt. De karper zwenkt met zijn lichaam in allerlei richtingen, maakt spuwende bewegingen, schudt met de kop, probeert te vluchten, spuwt gas, zinkt naar de bodem, blijft daar liggen en probeert weer boven te komen. Dezelfde gedragingen werden vertoond indien de vis electrische prikkels in de bek kreeg toegediend. Van de kundig (onder laboratoriumomstandigheden) aan de haak geslagen karpers vertoonde bijna 30% lichte tot matige verwondingen in de bek. Beide onderzoekers concluderen dat het vluchten, gasspuwen en op de bodem liggen van de vis wijst op ’angst van enige omvang’ en dat de vis bepaalde prikkels als ’onaangenaam (pijnlijk) ervaart’.

kaart_metomschrijving

Een grote stap voorwaarts is de studie van Lynne U. Sneddon, Victoria A. Braithaite en Michael J. Gentle: ’Do fishes have nociceptors: evidence for the evolution of a vertebrate sensory system’, Proceedings of the Royal Society B, (2003). Dit onderzoek naar de pijnbeleving van vissen, verricht door het Roslin Instituut en de Universiteit van Edinburgh, laat zien dat vissen, in dit geval regenboogforellen, op dezelfde wijze op pijnprikkels reageren als mensen en andere gewervelde dieren. De onderzochte vissen beschikken over 58 receptoren rond de bek en elders in de kop, die reageren op mechanische druk, abnormaal hoge temperatuur en giftige substanties. Een injectie van bijengif  in de bek van de vissen riep diverse heftige en langdurige reacties bij de vissen op, zoals schokkende en schurende bewegingen. Deze reacties kunnen vanwege de lange duur niet louter als reflexen beschouwd worden.

Eén van de auteurs van dit artikel, Victoria Braithwaite, heeft in 2010 een belangrijk boek gepubliceerd over pijn bij vissen: Do fish feel pain? (2010). Zie voor een kritische bespreking: Ton Dekker, Voelen vissen pijn? VISinZICHT 1 (2011) 10-13.

 

De grenzen tussen ongewervelde en gewervelde dieren zijn niet strikt. Ook bij ongewervelde dieren moeten we er van uitgaan dat deze pijn kunnen ervaren. De Cambridge Declaration on Consciousness van een groep vooraanstaande hersenwetenschappers uit 2012 laat geen andere conclusie toe. Bij diverse soorten zijn opiumachtige (opioïde) stoffen in hun lichaam aangetoond. Opioïden komen in het lichaam van gewervelden voor, ook van de mens, en zorgen ervoor dat de pijn wordt verzacht of zelfs helemaal wordt weggenomen. De toediening van opioïden bij ongewervelden veroorzaakt hetzelfde effect, zoals blijkt uit een reeks van experimenten bij slakken, garnalen, wormen en insecten. Lees hier verder.

 


De website van de Vissenbescherming maakt gebruik van cookies. meer informatie

Voor een optimale werking van de website maken we gebruik van cookies. Als u beneden verder gaat op de website zonder uw cookie settings aan te passen, of u klikt op "Accepteer", dan betekent dit dat u het gebruik van cookies accepteert.

Sluiten